WAAROM VERKLEDEN WE ONS MET CARNAVAL?
Met dank aan socioloog/carnavaloog Theo Fransen uit Venlo
Eén (carnavals)gek kan meer vragen stellen dan duizend wijzen kunnen beantwoorden.
Verkleedpartijen zijn van alle tijden. In het oude Egypte werd bij feestelijkheden de domino (het ruitjespak) gedragen.
Ook van feesten in Babylonië en Assyrië is bekend dat men zich verkleedde.
Vaak was dit het geval tijdens optochten bij nieuwjaars- en lentefeesten
(die heel vaak samenvielen en meestal een sacraal karakter hadden.)
In de Nederlanden is het nodige bekend over Vastenavondvieringen.
In Vlaamse steden als Brugge, Gent en Rijssel is al in de veertiende en vijftiende eeuw sprake van "vastenavondheren",
in de diverse wijken van de steden. Die zullen echt niet zonder verklede onderdanen zijn opgetreden.
In 1413 schreef ene Jacop van Oestvoren upten rechten Vastenavond, een boekje over de gezellen van de Blauwe Scuut;
het betreft hier waarschijnlijk een wagenspel aan de vooraavond van de vasten, dat zihc afspeelde nabij Bergen op Zoom,
het fameuze Krabbegat: de spelers waren verkleed als een zootje tuig van de richel.
In Nederland is verkleding altijd slechts in beperkte mate gepaard gegaan met maskerade.
En als dat het geval was lag het accent nog op het demasqué.
Waarom verkleding? De vastenavond mag gezien worden als een nieuwjaars- en lentefeest.
Men wilde al het oude en zeker alle feilen uit het verleden achter zich laten. Er werd als het ware een nieuwe start gemaakt.
Verkleding hielp daarbij een ander te zijn voor anderen;
maar in een totaal andere "sociale opperhuid" voelt men zich ook anders.
Bij dat tijdelijk een ander willen zijn wil een drankje ook nog wel eens helpen, want zo zeggen onze oosterburen:
Der Wein bindet dem Geist eine Maske vor. Om die andersheid te onderstrepen krijgen de hoogste carnavalsautoriteiten,
de prinsen, soms zelfs een compleet andere naam. Hetzelfde geldt voor steden en dorpen die dan anders heten.