Het ABC van de Vastelaovend

door: Rob Willems. (bron: de Trompetter)

Eijsden tot de Mookerheide - Het zal niemand zijn ontgaan dat Limburg in het teken staat van de carnaval.
Daarom dit ABC van de Vastelaovend. Wie weet heeft u er nog wat aan. Veer wensen alle carnavalisten veul sjpass toe !!!

A van Alaaf. Veel voorkomende carnavalsgroet. Ontstaan tijdens de hervorming van het carnaval in Keulen (1823).
Betekent zoveel als alles gedaan, alles aaf; ofwel al-aaf. Bij het brengen van deze groet keren vastelaovendsvierders hun
rechterhandpalm van links naar rechts van zich af.

B van Bier. Carnavalsdrankje bij uitstek. Waarom? Het werkt verfrissend voor de keel na het meebrullen van een sjlager.
Je verlaagt er voor jezelf bovendien een drempel mee. Kijk maar eens naar de mensen die zich door het jaar heen nooit op
de dansvloer wagen, maar tijdens het carnaval de polonaise aanvoeren.

C van Clown. Waar je bent maakt niet uit. Altijd en overal tref je als clown verklede mensen aan.
Het heeft met 'lekker gek doen' tijdens carnaval te maken. Wie kan dat nu beter dan een clown?
Fraai is de manier hoe sommige clowns zich (laten) schminken. Hun gezichten zijn soms net kunstwerkjes.
Pas wel een beetje op: wie de verkeerde verf gebruikt kan er tijdens het feesten vreselijke jeuk van krijgen.

D van Dansmarieke of Dansmarietje.
Foutieve Nederlandse benaming van het uit Duitsland afkomstige woord Tanzmariechen.
Deze dansende meisjes voeren de stemming met ingestudeerde huppels en pasjes op.
Er moet niet te licht over deze dames worden gedacht.
Met name bij onze Oosterburen worden er tal van wedstrijden georganiseerd waar het er uiterst serieus aan toe gaat.
Vaak gaat de winnaar met een premie naar huis waar zelfs menig voetballer jaloers op zou zijn.

E van Elf. Het cijfer dat de gelijkwaardigheid onder de mensen symboliseert: 1 staat immers naast 1.
De wijsheid 'gelijke monniken, gelijke kappen' geldt zeker tijdens carnaval.
Rijk, arm, klein of groot maakt niet uit: iedereen is gelijk. Voor carnavalsverenigingen bovendien hét tijdstip om
activiteiten te laten beginnen.

F van Foto of Fotografen. Voor de man met de camera zijn het hoogtijdagen.
Iedere VV, CV of KV (en dat zijn er heel wat) laat in de aanloop naar de drie dolle dagen prinsen en andere kopstukken
op de gevoelige plaat vastleggen.
Fotografen zijn ook steevast te vinden bij optochten en andere carnavaleske aangelegenheden.
Om te voorkomen dat de modellen hun kiekjes vergeten, krijgen ze na de sessie een bonnetje aangereikt.
Daarmee kunnen ze daags na het feest bij de kapper, stomerij of sigarenzaaak om de hoek het resultaat bewonderen.

G van Gezelligheid. Hoeft eigenlijk geen nadere uitleg (zie a tot en met z.)
Stap een willekeurig café binnen, zie de 'sjoenkelende' meute voor je en je bent als carnavalist verkocht.
Geldt natuurlijk niet voor de anti-vierder.
Maar die zoekt zijn gezelligheid tijdens de vastelaovend dan meestal ook ergens anders.

H van Haringbijten. Activiteit op de (as)woensdag na carnaval.
Tal van cafés zetten de bezoekers een tonnetje haring voor.
Heeft deels met het christelijk gedachtegoed te maken.
Dat zegt dat het verboden is om vlees op aswoensdag (vasten) te eten.
Kroegbazen houden zich daar met wat graag aan. Haring eten maakt dorstige kelen. Goed voor de omzet dus.

i van indutten. Openbaart zich vaak op vastelaovendsdinsdag.
Dan blijkt dat carnavalisten gewone mensen van vlees en bloed zijn.
Moe en uitgeput van de dagen ervoor, trekken ze het op dinsdag niet meer.
Sommige vierders vatten dat indutten soms letterlijk op.
zij zijn meestal aan het meest veraf gelegen tafeltje van het café te vinden.
Meestal met de ogen dicht of op 'half elf'.

J van Jodelen. Geliefde en veel gehoorde kreten op vastelaovendsplaten.
Carnvalisten nemen dit overigens tijdens het feesten
probleemloos van de zanger over. Jodelen is een kunst op zich; het vergt naast concentratie vooral een grote longinhoud.
Een goede lichaamsbalans is ook wel handig.
jodelaars hebben soms de gewoonte om tijdens het jodelen al springend met hun linker hand
op hun rechter enkel te slaan (niet te verwarren met het dijenkletsen).

K van Kater. Ziekteverschijnsel waar de carnavalist bij het ontwaken mee wordt geconfronteerd.
Veroorzaakt door harde muziek en overmatig alcoholgebruik.
Als recept wordt wel eens zo snel mogelijk nuttigen van een biertje voorgeschreven.
Kwaad met kwaad bestrijden dus. Dit werkt echter niet bij iedereen en kan met een beetje pech tot indutten (zie i) leiden.
Kater komt daarnaast ook in de naam van menig carnavalsgezelschap terug.

L van Liefde. Hoewel onderzoek recentelijk heeft uitgewezen dat het geboortecijfer in Limburg 9 maanden na carnaval
nauwelijks afwijkt van het gemiddelde, ontstaan er tijdens de vastelaovend tal van liefdes.
Met carnaval is het nu eenmaal geen probleem om een arm om de ander te slaan.
Voor je het weet komt van het een het ander.
Ook het gebruik van bier (zie B) kan de liefde stimuleren.
Met vijf pilsjes op durven sommigen wel hun gevoelens te openbaren.

M van Masker. Onlosmakelijk verbonden met carnaval.
Dikwijls is het masker het puntje op de 'i' van de outfit.
Daarnaast een perfect hulpmiddel om je voor de ander onherkenbaar te maken.
Het komt meer dan eens voor de de carnavalist urenlang met een collega-vierder
praat zonder dat hij ook maar enig idee heeft wie zijn gesprekspartner eigenlijk is.

N van Nar. Meestal aanwezig in het gezelschap van de prins.
Eigenlijk is het zijn functie om de hooglustigeid met grappen en grollen te vermaken.
Al is dat gezien de sfeer die er tijdens dit feest heerst feitelijk overbodig.
De Nar wordt ook wel ingezet om tijdens het bal artiesten of prijswinnaars naar het podium te begeleiden.

O van Optocht. Voor velen het absolute hoogtepunt. Vrijwel ieder plaats heeft zijn eigen stoet,
waarin wagens, sjpaskapellen, grote of kleine groepen en einzelgängers door de straten trekken.
Wordt regelmatig aangegrepen om plaatselijke misstanden, gebeurtenissen of blunders nog eens in het daglicht te zetten.
Fanatiekelingen steken er maanden voorbereiding in om zo orgineel mogelijk voor de dag te komen.

P van Prins. De hoofdpersoon waarom het allemaal draait. Tijdens carnaval de baas van de gemeenschap.
neemt tijdens de sleuteloverdracht (meestal de vrijdag of zaterdag voor carnaval) op het gemeentehuis de macht van de burgemeester over.
Behoort eigenlijk een vrijgezel te zijn. Al komt dat steeds minder vaak voor.
Mag zich in ieder geval overal waar hij komt op een grote belangstelling verheugen.

Q zie X, Y en Z.

R van Raad van Elf.De wijze heren die de prins met raad en daad bij moeten staan.
Hebben tal van functies: van het heffen van entree bij activiteiten tot het letten op het (niet al te overmatig) alcoholgebruik
van zijne hooglustigheid, de prins.
Raadsleden zijn altijd diehards die hun sporen in de gemeenschap en in de vastelaovend al ruimschoots hebben verdiend.

S van Spek met ei.Toch wel het vastelaovendseten bij uitstek. je kan er goed op drinken zeggen ze.
De meer ervaren vierder verlaat zonder niet zijn huis.
Al komt het regelmatig voor dat deze maaltijd ook des ochtends in dranklokalen
wordt geserveerd. Mensen met een niet al te sterke maag kunnen dit beter laten.
De combinatie bier- en spek-met-ei-lucht leidt soms tot een heel slecht gevoel.

T van 'Tieëke'-Zingen. Populaire activiteit in met name Kerkrade en het midden en noorden van Limburg.
Zittend aan de bar zijn het de carnvalisten die op de klanken van onvervalste sjlagers zelf de teksten meezingen.
Leidt steefast tot veel sfeer, lol en flauwekul. Lijkt een beetje op karaoke, maar dan anders.

U van Uitgooien. Tijdens de optocht gooit de Prins zijn narrenvolk heel wat lekkers zoals,
snoepgoed en sinasappelen toe. Wel verstandig om enige afstand te houden.
Een karamel of flinke navel kan tot pijnlijke situaties leiden.
Kinderen trekken zich daar meestal niets van aan en komen met hele zakken vol thuis.
Wie echt een flinke voorraad wil verzamelen moet naar Duitsland. Daar blijven ze uitgooien !
Niet alleen snoep en sinasappelen, maar ook voetballen, T-Shirts, klokjes en dergelijke.

V van Versieren. Niet alleen het paleis van de prins hangt tijdens carnaval vol met
slingers, ballonnen, tekeningen, etc.
Ook de gewone man kan er wat van. Veel verenigingen maken er zelfs een wedstrijdje van:
wie het mooist versierde huis of raam heeft. De winnaar krijgt dan een bokaal en een handvol consumptiebonnen.
Versieren komt natuurlijk ook in de amoureuze betekenis terug (zie L).

W van Wurst, Wurst, Wurst !!! Ongetwijfeld dé carnvavalskraker van Big Benny.
Precarnvavalfeesten hebben al uitgewezen dat dit nummer een meezinger van de bovenste plank is.
Niet gek voor een liedje dat eigenlijk bedoeld is om worstjes aan de man te brengen.

Q, X, Y en Z. Terug te vinden als wiskundige tekens op bouwtekeningen van wagenbouwers.
Carnaval mag dan vooral een feest zijn waar het allemaal niet al te serieus aan toegaat.
Dat geldt echter niet voor het wagenbouwersvolk. Deze fanatiekelingen brengen rond carnaval meer tijd in de optochthal
(vaak een schuur van een boerderij), dan bij de baas en vrouw en kinderen door.
Veel wagens blinken uit in schoonheid en orginaliteit. Niet zelden zijn ze een paar weken later in België te bewonderen.

Ditjes en Datjes